Binnen AVAG gebruiken we een aantal verschillende toetsvormen, een zogenaamde methodenmix. Hieronder staan de verschillende toetsvormen beschreven.

Schriftelijke kennistoetsen (SKT)
De theorie die aan bod geweest is in een bepaalde module wordt getoetst in de schriftelijke kennistoets. Deze toets bestaat uit minimaal 40 multiple choice vragen.

Script Concordance Test (SCT)

Het klinisch redeneren dat in module 14 en 15 is geoefend wordt middels deze toets met een gesloten vraagvorm getoetst.

Journal club toets (JC)
De Journal Club  toets  is een schriftelijke toets, waarbij de kennis over methoden en technieken van wetenschappelijk onderzoek en de implicaties ervan voor de praktijk wordt getoetst. De journal Club toets richt zich voornamelijk op begrip- en toepassingsniveau. De studenten ontvangen twee (werk)dagen voorafgaand aan de toets een wetenschappelijk artikel op Blackboard. Zij kunnen deze vooraf in zelfstudietijd bestuderen.

Landelijke voortgangstoets (LVGT)
De voortgangstoets wordt door het specifieke doel en karakter als aparte schriftelijke kennistoets genoemd. Hierin wordt de kennis van de student getoetst op eindniveau van de opleiding. Dit is een landelijke toets van de gezamenlijke opleidingen verloskunde. Deze wordt vier maal per studiejaar afgenomen, waarbij de student een bepaald percentage vragen goed moet beantwoorden om de norm voor een bepaald studiejaar te behalen.

Mondelinge presentatie (MP)
Een mondelinge presentatie is een toetsvorm waarin inhoudelijk kunnen presenteren, redeneren en hierover met elkaar discussiëren en communiceren aan bod komt.

Schriftelijk Product (SP)
Schriftelijke producten zijn toetsen in de vorm van een projectverslag, een kwaliteitsplan of verbeterplan. De schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid op het niveau van begrip, inzicht, toepassing, analyse en soms synthese wordt beoordeeld.

Portfolio (PF) / Persoonlijk Ontwikkelplan (PPO)
Het portfolio of persoonlijk ontwikkelplan is een schriftelijk product, maar is een specifieke toetsvorm die hoort bij de leerlijn professionaliseren. Door het bijhouden van een PF/PPO leert de student haar eigen studievoortgang en professionele ontwikkeling te monitoren en te koppelen aan een plan voor de toekomst. De student laat daarmee tevens zien dat zij professioneel kan reflecteren. Op basis van de studieresultaten van de afgelopen periode wordt een plan van aanpak voor de volgende periode beschreven door de student.

Criteriumgericht Interview (oud curriculum)
Een toetsvorm waarbij de student  met behulp van het START-model (Situatie – Taak – Actie – Resultaat – Toekomst) toelicht en verantwoordt in hoeverre zij het professionele gedrag vertoont dat past bij de 7 kerncompetenties van een verloskundige beroepsbeoefenaar.

Performance Assessment (oud curriculum)
Een gesimuleerde beroepssituatie waarin de student kennis, communicatieve vaardigheden en professioneel gedrag moet laten zien.

Gedrag Assessment
De toetsing professioneel gedrag vindt zowel binnenschools, in de werkgroepen (PG Werkgroep) als tijdens de stage (PG stage) plaats. Door de toets professioneel gedrag  krijgt de student zowel formatieve als summatieve feedback op haar omgang met het werk, met anderen en met zichzelf.

De beoordeling  wordt gegeven door docenten, medestudenten en stagebegeleiders. De beoordeling van deze twee toetsen (PG werkgroep en PG stage) zijn onderling niet uitwisselbaar.

Korte Praktijkbeoordelingen (KPB)
De KPB is een competentietoets waarbij kennis, vaardigheden en professioneel gedrag geïntegreerd in een beroepsauthentieke situatie getoetst worden. De KPB wordt gebruikt tijdens de stage, waar de stagebegeleider kwalificerende eind- en deeltaken beoordeelt in de vorm van korte praktijkbeoordelingen. De student moet per stage een vast aantal verschillende beroepssituaties laten beoordelen. Voor de beoordeling van specifieke (gespreks)vaardigheden in de context van een praktijksituatie die weinig voorkomen in de praktijk, worden gesimuleerde beroepssituaties gebruikt.

Vaardigheden toets (VHT)
De vaardigheidstoets is een toetsing van medisch technische vaardigheden, waarbij de student met behulp van een fantoom kan demonstreren een bepaalde vaardigheid te beheersen.
Tijdens de vaardigheidstoetsen worden in eerste instantie de medisch technische vaardigheden, die risicovol zijn voor de cliënt en/of weinig voorkomen in de praktijk  getoetst. Deze moeten voldoende zijn alvorens deze vaardigheid door de student tijdens de stage uitgevoerd mag worden. Verderop in de opleiding worden de VHT uitgebreid tot een beroepssituatie, ook wel stationsexamen genoemd. Waarbij naast de medisch technische vaardigheden ook de toepassing van kennis, klinisch redeneren en communicatieve vaardigheden beoordeeld worden. Bij deze toetsvorm worden beoordelingsformulieren gebruikt om vaardigheden aan te leren en te toetsen.

Verrichtingenpaspoort (VRP) (oud curriculum)
Om de opleiding af te ronden moet de student minimaal de wettelijke vastgestelde verloskundige verrichtingen behalen. Deze verrichtingen worden tijdens de stage afgetekend. In het verrichtingen paspoort moeten ook de stageopdrachten verzameld en afgetekend worden.

Wettelijke verrichtingen

Om de opleiding af te ronden moet de student minimaal de wettelijke in de AMvB vastgestelde verloskundige verrichtingen behalen. Deze verrichtingen worden tijdens de stage afgetekend.

Stage activiteiten

De student moet een aantal activiteiten in de praktijk uitvoeren met de bedoeling om het leren op de werkplek te stimuleren en focus aan te brengen. Stage-activiteiten worden ingezet om bepaalde deeltaken te kunnen behalen en om er voor te zorgen dat studenten voldoen aan de ervaringseisen zoals beschreven in Bijlage V van de richtlijn 2005/36/EG.

Deze activiteiten worden tijdens de stageperiode uitgevoerd en bepaalde onderdelen worden ook tijdens de stage afgetekend.

terug naar het schema

print deze pagina print deze pagina
Is de informatie duidelijk?
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars (6 votes, average: 2,67 out of 5)

Loading...