Tijdens de stages op verschillende locaties treedt de student voortdurend in contact met cliënten en pasgeborenen. De student wordt daarom geacht hygiëne- en infectiepreventiemaatregelen te treffen. Het gaat erom besmettingskans voor zowel de zorgverlener als de cliënt te minimaliseren. Richtlijnen voor de eerstelijns praktijksituatie zijn beschreven in de KNOV-standaard “Hygiëne en infectiepreventie”.

Hepatitis B
Studenten moeten beschermd zijn tegen Hepatitis B. Voor iedereen die nog niet gevaccineerd is, wordt in de eerste week van het opleidingsjaar gestart met het HBV vaccinatietraject. Dit traject bestaat in totaal uit minimaal 3 vaccinaties (vaccinaties in: augustus, september en februari, titerbepaling in april/mei). Berichtgeving over de organisatie van de vaccinaties ontvangen de studenten voor de start van het studiejaar per post.
De secretaresses van de propedeusefase van AVAG zijn contactpersoon voor overige vragen. De kosten zijn voor de opleiding.

Rubella (rode hond)
Tijdens de titerbepaling in april/mei wordt van alle studenten bloed afgenomen om de titer Rubella-antistoffen te bepalen. Studenten die onvoldoende beschermd zijn moeten via de huisarts alsnog één Rubella vaccinatie krijgen en zichzelf opnieuw laten controleren.

Stages in het buitenland

Zodra de stage is goedgekeurd wordt gestart met de vaccinaties. Het is belangrijk dat dit ongeveer zes weken voor het vertrek wordt gestart. Indien een door de GGD geadviseerde standaard vaccinatie niet vergoed wordt door de eigen ziektekostenverzekering kan dit gedeclareerd worden bij AVAG via het normale declaratieformulier en opgestuurd worden met betaalbewijs en bewijs van afkeuring door verzekering aan: noortje.jonker@inholland.nl. Zie de handleiding Studeren in het buitenland voor meer informatie over de voorbereiding op een onderwijsperiode in het buitenland. Een vaccinatie consult kan worden aangevraagd bij het UMCG of het AMC. Zie de adressen hieronder.

MRSA

Iedereen die naar het buitenland gaat loopt kans op besmetting met de MRSA bacterie. Daarom zullen alle studenten direct na de buitenlandstage op MRSA getest moeten worden. De student mag pas weer stagelopen in Nederland indien de kweek uitslag negatief is. Hiermee dient bij de planning van de stages rekening te worden gehouden. Stage lopen in Nederland zonder testuitslag kan zeer grote problemen opleveren voor de stage praktijk en de cliënten. Bij een positieve test zal er een voorstel tot behandeling worden gedaan. Vaak bestaat de behandeling uit een antibiotica kuur en het herhalen van de test. Dit kan de studie vertragen doordat de stage later kan worden gestart. Pas als na opnieuw testen de uitslag van de test negatief is, kan de stage worden hervat. AVAG vergoedt de test, mits via de test via het UMCG of AMC wordt uitgevoerd.

VAA:

Neem voor de MRSA test of vaccinatie consult contact op met
Dr. Jaap (J.J.) Maas, klinisch arbeidsgeneeskundige & bedrijfsarts – reizigersadviseur op dinsdag, woensdag en donderdag. Hij is bedrijfsarts van de divisie G, Arbodienst in het AMC. Telefoonnummer is 020-5662083 en sein 815920.

VAG:

Neem voor de MRSA test contact op met de dienst arbeid en gezondheid van het UMCG, Grethe Mekkes, 050-3614535
Het contactadres consult is:
De dienst Arbeid en Gezondheid van het UMCG
bezoekadres: Triadegebouw ingang 24, 1e verdieping, kamer E1.15
postadres: Secretariaat, Antwoordnummer 549, 9700 WB Groningen
telefoonnummer: 050-3612297 of 050-3614535