In de opleiding wordt van diverse werkvormen gebruik gemaakt. De werkvormen zijn een logisch gevolg van de onderwijskundige uitgangspunten. Hieronder vindt je een overzicht van de belangrijkste werkvormen.

Taakgestuurdonderwijs
Het werken in taakgestuurd onderwijs (TGO) binnen de AVAG heeft als belangrijkste doel om studenten ondersteuning te bieden bij het kennis verwerven, construeren en toepassen. Om efficiënt en effectief de zelfstudietijd vorm te geven, is het belangrijk om met elkaar eerst de leerstof en de studietaken te bespreken, zodat de student in de onbegeleide zelfstudietijd weet wat haar te doen staat. Een andere doelstelling van het taakgericht onderwijs is om met elkaar samen te leren en te leren samenwerken, waarbij de student verschillende rollen binnen de groep oefent. Het werken in groepen biedt de mogelijkheid om aan elkaar vakinhoud te presenteren en daarover met elkaar van gedachten te wisselen. Tenslotte geeft het werken in werkgroep de mogelijkheid om elkaars werk en professioneel functioneren te beoordelen.

Casusgestuurdonderwijs
Het casusgestuurd onderwijs (CGO) heeft dezelfde doelen als het taakgestuurd onderwijs, maar nu is het onderwijs vormgegeven aan de hand van beroepsgeoriënteerde casus. Het CGO negen stappenplan vraag meer zelfstandigheid en zelfsturing van de studenten. Het weekritme loopt over twee weken, studenten moeten zelfstandig leervragen formuleren, de leerstofomschrijving is bekend, er is wederom flankerend onderwijs (HC, WC, VHO), studenten moeten zelf op zoek naar goede bronnen waardoor ze leren informatie te zoeken en de kwaliteit ervan te beoordelen.

Projectonderwijs
Binnen het projectonderwijs werkt een groep studenten samen, zelfstandig, een beroepsrelevantie opdracht uit. Studenten bereiden zich voor op projectmatig werken in de uiteindelijke beroepsuitoefening. Ze leren om vanuit een reëel beroepsprobleem doelen op te stellen, zelfstandig informatie en literatuur te zoeken en constructief samen te werken in een groep. Ze werken aan een reëel product.

Hoorcollege
Tijdens Hoorcolleges worden relevante theoretische inzichten, waar mogelijk op basis van EBM, toegelicht door een expert.  Hoorcolleges zijn bedoeld om leerstof te introduceren, te verdiepen, naar de praktijk te vertalen of samen te vatten. Een hoorcollege wordt altijd gegeven aan de gehele jaargroep.

Werkcollege
Een werkcollege is een bijeenkomst van ongeveer 25 studenten met een docent. In de werkcolleges vindt integratie van de aangeleerde vaardigheden en de theorie plaats. De student leert hier haar handelen te onderbouwen. Daarnaast ondersteunen de werkcolleges de uitvoering van de taken, stageopdrachten en opdrachten in het kader van de studieloopbaanbegeleiding.

Vaardigheidsonderwijs
Een vaardigheidstraining is een bijeenkomst van ongeveer 12 studenten met één docent of 25 studenten met twee docenten. De onderliggende kennis wordt eerst behandeld in de modules.  Daarna  leert de student de vaardigheden binnenschools in een oefensituatie, om ze vervolgens te gaan toepassen tijdens de stage, met echte cliënten. Een complexe vaardigheid wordt meestal eerst in deeltaken aangeleerd. Daarna worden de deeltaken in de situatie verder geoefend en samengevoegd. Onder vaardigheden vallen medisch-technische-,  communicatieve- en samenwerkingsvaardigheden.

Journal club
De Journal Club is een bijeenkomst met ongeveer 25 studenten en een docent. Elke Journal Club heeft een eigen thema of onderwerp. De docent of student brengt een wetenschappelijk artikel in dat aansluit bij het onderwerp of thema. De studenten bespreken de methodologische kwaliteit, de inhoud en de wetenschappelijke relevantie van het artikel voor gebruik in de praktijk.

Kenniskring

In Jaar 3 en 4 is de  ‘kenniskring’ de overkoepelende naam voor het theorie- en het geïntegreerde vaardighedenonderwijs (verloskundig-medisch/communicatief) en bestaat uit verschillende onderdelen:

 

  1. Casuïstiekbijeenkomsten aan de hand van Capita Selecta
  2. Journalclub
  3. Vaardigheidstraining
  4. Intervisie 
  5. Methodische casuïstiekbespreking

Stageterugkomactiviteiten (STA)

Studenten hebben gedurende de stages regelmatig stageterugkomactiviteiten om het leren op de werkplek te ondersteunen en het leren tijdens de stage te verbinden met het binnenschools leren.

Tijdens de STA werkt de student aan:

  • Een verbinding maken tussen de theorie en de praktijk en vice versa
  • Klinisch redeneren en te handelen.
  • Bespreking/ uitwisseling van stageactiviteiten.
  • Reflectie op de beroepsuitoefening en integratief leren en handelen vanuit de driehoek wetenschap – cliëntgerichte zorg – en praktijksituatie.
  • Bewustwording van rollen, taken en verantwoordelijkheden binnen de interprofessionele context van de stage, refererend aan het beroepsprofiel in een verloskundig samenwerkingsverband.
  • Professionele ontwikkeling op basis van thema’s als leiderschap, samenwerking en cliëntveiligheid.

Stageterugkomdagen
Op een stageterugkomdag -ook wel Buiten-Binnendag genoemd- komen het het binnenschools- en buitenschools onderwijs samen.
Tijdens de stageterugkomdag werken studenten, docenten en onderzoekers als partners samen in een ‘community of learners’. In de community of learners komen vragen die voortkomen uit de stage-ervaringen van studenten en wetenschappelijk en/of praktisch relevante vragen bij elkaar.

Maatwerk
Naast het reguliere programma wordt extra onderwijs aangeboden voor verschillende doelgroepen. Voor studenten die meer uitdaging willen, zijn er uitdagende workshops. Voor studenten die meer ondersteuning willen zijn er ondersteunende workshops.
De bijeenkomsten zijn facultatief, en de  studiebelasting komt bovenop de reguliere 42 uur per week.  De uitdagende activiteiten krijgen een vervolg in de honoursprogramma’s.

Zelfstudie
Alle studieactiveiten die een student individueel of in groepsverband doet zonder begeleiding van een docent.

print deze pagina print deze pagina
Is de informatie duidelijk?
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars (No Ratings Yet)

Loading...