Naam onderwijseenheid Stofwisseling verstoord
Onderwerp Tractus Digestivus
Studiejaar  2
Duur in weken  5
Studielast  5 EC
Contacttijd  55 uur
Beschrijving van de module
Erfelijke ziekten in de familie kunnen van grote betekenis zijn voor de keuzes die iemand maakt in zijn leven. Vrouwen uit families waarin een erfelijke aanleg voor borstkanker is aangetoond, lopen bijvoorbeeld een hoog risico op borstkanker en eierstokkanker. Dit is voor sommige vrouwen aanleiding om borsten en/of eierstokken preventief te laten verwijderen. Ook kan informatie over erfelijke ziektes invloed hebben op het realiseren van een kinderwens. De verloskundige is veelal de eerste zorgverlener aan wie vrouwen en echtparen hun zorgen uiten en hun vragen stellen. Module 12 gaat van start met de basisprincipes van de klinische genetica. Gedurende de eerste twee weken brengen we daar verdieping in aan. Na twee weken sluiten we het onderwerp genetica af en stappen we over naar het tweede grote onderwerp van deze module, de tractus digestivus. We besteden aandacht aan de anatomie en fysiologie van deze tractus, van zowel de (zwangere) vrouw als de neonaat. We doorlopen diverse ziektescripts die gerelateerd zijn aan de tractus digestivus. In deze module zit ook weer een stukje wetenschap. Deze keer staat de methode van de systematic review-onderzoeksopzet centraal. De systematic review wordt in de wetenschap gezien als de hoogste vorm van evidence. Je leert over de interne en externe validiteit en ook introduceren we nieuwe begrippen die eigen zijn aan dit type opzet. Ten slotte wordt in module 12 de stuitbevalling geoefend in een simulatiesetting. In een bijbehorend werkcollege bespreken we de theorie achter de stuitligging. In het daarop volgende vaardigheidsonderwijs oefen je de uitwendige versie, een methode die toegepast kan worden tijdens de zwangerschap, met als doel het ongeboren kind in hoofdligging te draaien.
Doelen van de module
De student kan:

  1. De stoornissen in de mitose en meiose beschrijven en het ontstaan van chromosoomafwijkingen verklaren.
  2. De wetten van Mendel toepassen. De wijze van overerving- en de kenmerken van – autosomaal recessieve, autosomaal dominante en X-chromosomaal gebonden aandoeningen uiteenzetten en de consequenties voor de preconceptionele, prenatale en postnatale zorg beredeneren.
  3. Het begrip multifactoriële overerving uitleggen en de kenmerken van een aantal multifactoriële aandoeningen uiteenzetten.
  4. De dysmorfologie van syndromen, sequenties en associaties uit de leerstof beschrijven en de consequenties voor de preconceptionele, prenatale en postnatale periode uitleggen.
  5. Een stamboom tekenen en de kans op ziekte berekenen voor verschillende vormen van overerving.
  6. De vrouw en haar partner counselen bij prenatale diagnostiek en screening, in een gesimuleerde setting.
  7. Een slechtnieuwsgesprek voeren in een simulatiesetting.
  8. Minor en major congenitale afwijkingen bij de pasgeborene herkennen en daarbij passend beleid maken.
  9. De embryologische ontwikkeling en de anatomie van de spijsverteringsorganen uitleggen (inclusief de arteriële bloedvoorziening en veneuze drainage).
  10. De fysiologie van de spijsvertering van de neonaat en volwassene uitleggen.
  11. Ontstaan en gevolgen van stoornissen van de stofwisseling van de neonaat uitleggen.
  12. Ziektescripts verklaren van aandoeningen aan de tractus digestivus van de vrouw.
  13. Ziektescripts verklaren van afwijkingen aan de tractus digestivus van de foetus/neonaat.
  14. Ziektescripts verklaren van icterus neonatorum.
  15. De oorzaken, behandeling (prenataal en nataal) en risico’s van een foetus in stuitligging uitleggen en in simulatie een kind in stuitligging vaginaal geboren laten worden.
  16. Borstvoeding begeleiden in complexe situaties, in een gesimuleerde setting.
  17. De methodiek van een valide opzet van de systematic review verklaren en de sterke en zwakke punten van de interne en externe validiteit benoemen.
  18. Schriftelijk reflecteren op je begeleiding van een eerstejaars student.
  19. In de werkgroep een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het professionele gedrag en handelen van medestudenten door middel van coaching vaardigheden.

 

terug naar het schema

print deze pagina print deze pagina
Is de informatie duidelijk?
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars (No Ratings Yet)

Loading...