Naam onderwijseenheid Zwanger en in de war
Onderwerp Psyche Gedrag Gezondheid III
Studiejaar  2
Duur in weken  5
Studielast  5 EC
Contacttijd 55 uur
Beschrijving van de module
De eerste twee weken staan infectieziekten (en immunologie) centraal. Een aantal infectieziekten vormen een specifiek risico voor zwangere vrouwen, ongeboren kinderen of pasgeborenen. Het risico voor de moeder en haar (ongeboren) kind verschilt per aandoening. Wereldwijd is infectie in de perinatale periode een veel voorkomende oorzaak van maternale en neonatale morbiditeit en sterfte. In de laatste drie weken van de module gaan we in op psychische aandoeningen in de perinatale periode. De geboorte van een kind behoort tot een van de grote life events in het leven van een vrouw en haar partner. In de kraamperiode en de eerste maanden daarna kunnen stemmingsstoornissen en psychische stoornissen voorkomen. De verloskundige heeft tot taak om ontsporingen of risicogedrag tijdig te signaleren.
Doelen van de module
De student kan:

  1. De opbouw en werking van het immuunsysteem beschrijven en daarbij onderscheid maken in aangeboren en verworven afweer.
  2. De kennis over afwijkend wond- en weefselherstel toepassen op casuïstiek in de verloskundige praktijk.
  3. Laboratoriumuitslagen ten behoeve van diagnostiek en screening van bacteriële, virale of parasitaire aandoeningen interpreteren.
  4. De kennis van auto-immuunaandoeningen toepassen op casuïstiek uit de verloskundige praktijk.
  5. De kennis van bacteriële, virale en parasitaire ziekten toepassen op casuïstiek uit de verloskundige praktijk.
  6. De kennis van afwijkende foetale hartritmepatronen toepassen op casus uit de praktijk.
  7. Een positieve bijdrage leveren aan het functioneren van de CGO-werkgroep.
  8. De dimensies van de persoonlijkheid beschrijven, met bijzondere aandacht voor dominantie en assertiviteit en voor ontwikkelings- en persoonlijkheidsstoornissen.
  9. Het symptomatische beeld van de meest voorkomende psychische stoornissen in de perinatale periode herkennen en de bijbehorende DSM 5-criteria benoemen.
  10. De prevalentie, risicofactoren en etiologie van meest voorkomende psychische stoornissen in de perinatale periode benoemen en de invloed van deze stoornissen op de perinatale periode beschrijven.
  11. De werking en het effect op moeder en kind uitleggen van de meest voorgeschreven farmacologische en niet-farmacologische behandelingen van perinatale psychische stoornissen.
  12. De kennis van perinatale psychische aandoeningen toepassen op casuïstiek in de verloskundige praktijk.
  13. De definities, epidemiologie en oorzaken van maternale en neonatale mortaliteit en morbiditeit verwoorden.
  14. In een ethische discussie een standpunt innemen en met argumenten onderbouwen over bevolkingsonderzoek bij vrouwen en pasgeborenen, waarbij de verschillende screeningsinstrumenten en doelstellingen kritisch worden beschouwd.
  15. Verklaren wat onder kwaliteit van leven wordt verstaan en met welke methodes kwaliteit van leven kan worden gemeten.
  16. Verloskundige vaardigheden toepassen die een fysiologisch verloop van de baring bevorderen.
  17. In een oefensituatie een groepsconsult begeleiden.
  18. In een oefensituatie de principes van interculturele communicatie toepassen.
  19. In een oefensituatie de principes van een socratisch gesprek toepassen.
  20. Rouwbegeleiding in de verloskundige praktijk vorm geven.

 

terug naar het schema

print deze pagina print deze pagina
Is de informatie duidelijk?
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars (No Ratings Yet)

Loading...